Sun Yat-sen (1866–1925) geldt als een van de meest invloedrijke politieke denkers en revolutionairen in de moderne Chinese geschiedenis. Zowel in de Volksrepubliek China als in Taiwan wordt hij geëerd als grondlegger van het moderne China.
Zijn historische betekenis ligt niet alleen in zijn rol bij de val van de Qing-dynastie in 1911, maar ook in de formulering van een politieke ideologie die een brug probeerde te slaan tussen Chinese tradities en westerse staatsmodellen.
Zijn denken, samengevat in de beroemde “Drie Volksbeginselen”, vormde het ideologische fundament voor de Chinese republikeinse beweging in de twintigste eeuw..
Het einde van het keizerrijk
Toen Sun Yat-sen werd geboren, bevond China zich onder de heerschappij van de Qing-dynastie, een Mantsjoe-heersende dynastie die sinds 1644 over het rijk regeerde. In de negentiende eeuw werd China geconfronteerd met ingrijpende vernederingen: de Opiumoorlogen, ongelijke verdragen, territoriale verliezen en interne opstanden zoals de Taiping-opstand.
Het traditionele keizerlijke systeem bleek onvoldoende in staat om weerstand te bieden aan westerse imperialistische machten en aan Japan, dat zich snel moderniseerde.
Deze context van politieke stagnatie, economische verzwakking en morele crisis vormde de voedingsbodem voor revolutionaire ideeën. Sun Yat-sen zag in het keizerlijke systeem niet alleen een politiek obstakel, maar ook een belemmering voor nationale vernieuwing en modernisering.
Opleiding en intellectuele vorming
Sun Yat-sen bracht een deel van zijn jeugd door in Hawaï, waar hij in aanraking kwam met christelijke en westerse ideeën. Later studeerde hij geneeskunde in Hongkong, destijds een Britse kolonie. Deze internationale vorming gaf hem een unieke positie: hij kende zowel de Chinese traditie als de westerse politieke filosofie.
Invloeden op zijn denken waren onder meer het liberalisme, het nationalisme van de negentiende eeuw, en bepaalde elementen van het socialisme. Toch was Sun geen doctrinaire denker. Zijn ideologie was pragmatisch en gericht op de concrete noden van China. Hij zag politieke hervorming niet als een abstract project, maar als een noodzakelijke voorwaarde voor nationale overleving.
De Revolutie van 1911 en de val van de Qing-dynastie
Sun Yat-sen was betrokken bij meerdere mislukte opstanden tegen de Qing-dynastie voordat de revolutie van 1911 uitbrak. Deze revolutie, die begon met de Wuchang-opstand, leidde uiteindelijk tot de abdicatie van de laatste keizer, Puyi, in 1912.
Hoewel Sun op dat moment in het buitenland was, werd hij bij terugkeer uitgeroepen tot voorlopig president van de nieuw uitgeroepen Republiek China. Zijn presidentschap was echter van korte duur.
Om een burgeroorlog te vermijden, droeg hij het presidentschap over aan generaal Yuan Shikai, in de hoop dat deze de republiek zou consolideren. Deze politieke concessie bleek problematisch: Yuan trachtte zichzelf tot keizer uit te roepen, wat leidde tot verdere instabiliteit.
Toch blijft Sun Yat-sen de symbolische architect van de Chinese republiek. Zijn revolutionaire netwerk en ideologische leiderschap waren cruciaal voor het succes van 1911.
De Drie Volksbeginselen
Het hart van Sun Yat-sens politieke filosofie wordt gevormd door de “Drie Volksbeginselen” (Sanmin Zhuyi):
1. Nationalisme (Minzu)
Nationalisme betekende voor Sun in de eerste plaats het beëindigen van buitenlandse overheersing en het herstellen van Chinese soevereiniteit. Hij richtte zich niet alleen tegen westerse imperialisten, maar ook tegen de Mantsjoe-heersers, die hij als een vreemde dynastie beschouwde. Later kreeg zijn nationalisme een bredere invulling: het bevorderen van eenheid tussen de verschillende etnische groepen binnen China.
2. Democratie (Minquan)
Sun pleitte voor een constitutionele republiek met scheiding der machten. Hij ontwikkelde een eigen model dat vijf staatsmachten omvatte: uitvoerende, wetgevende en rechterlijke macht, aangevuld met een examen- en controleorgaan — geïnspireerd op traditionele Chinese bestuurspraktijken. Hiermee trachtte hij westerse democratische principes te combineren met Chinese institutionele erfenissen.
3. Volkswelvaart (Minsheng)
Dit beginsel wordt vaak geïnterpreteerd als een vorm van sociaal reformisme. Sun bepleitte landhervormingen en een rechtvaardiger verdeling van rijkdom. Hoewel hij geen marxist was, erkende hij de sociale problematiek van armoede en ongelijkheid. Zijn ideeën vertoonden parallellen met sociaal-democratische en zelfs socialistische concepten, maar bleven geworteld in een nationaal kader.
Relatie tot het communisme en de Kwomintang
Sun Yat-sen was de oprichter van de Kwomintang (Guomindang), de Nationalistische Partij van China. In zijn latere jaren zocht hij samenwerking met de jonge Chinese Communistische Partij, mede onder invloed van de geopolitieke realiteit. De Sovjet-Unie bood steun aan de nationalistische beweging, terwijl westerse mogendheden terughoudend bleven.
Deze Eerste Verenigde Front (1923–1927) was gebaseerd op pragmatische samenwerking, niet op ideologische eenheid. Sun bleef overtuigd van zijn eigen republikeinse en nationalistische visie. Na zijn dood in 1925 zouden spanningen tussen nationalisten en communisten escaleren tot een langdurige burgeroorlog.
Nalatenschap en historische betekenis
Sun Yat-sen overleed in 1925 aan leverkanker in Peking. Zijn dood markeerde het einde van een revolutionaire pioniersfase, maar zijn ideeën bleven invloedrijk. Zowel de nationalistische regering in Taiwan als de communistische regering in Peking claimen zijn erfenis.
In Taiwan wordt hij officieel aangeduid als “Vader des Vaderlands”. In de Volksrepubliek China wordt hij geëerd als een voorloper van de revolutie die uiteindelijk in 1949 tot de oprichting van de communistische staat leidde. Deze dubbele appropriaties onderstrepen zijn unieke positie als verbindende figuur in een verdeelde natie.


